|
 Na de socialisatiefase begint rond de leeftijd van zes maanden de puberteit (adolescentie). In de puberteit hebben we niet alleen te maken met lichamelijke veranderingen bij de hond (hormonen, groei e.d.) maar ook met geestelijke veranderingen. Deze tijd ken-merkt zich, net zoals bij menselijke pubers, door het verkennen – en als het even kan overschrijden – van grenzen. De onafhankelijkheid van de hond toe; dit uit zich in het niet meer luisteren naar commando's, b.v. door niet meer te komen als er geroepen wordt. De wereld om hen heen is veel belangrijker dan de baas. Om ervoor te zorgen dat het foute gedrag geen gewoonte wordt, zul je dit gedrag moeten voorkomen. Wanneer je ervoor kiest het foute gedrag te bestraffen ben je je goede relatie met je hond op spel aan het zetten. Geef wel heel duidelijk je grenzen aan, maar voorkom dat je hond fouten maakt. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat je hond in deze periode even niet los mag lopen, maar aan de (lange) lijn uitgelaten wordt
Geef zo’n puber ook een time-out wat betreft het aanleren van nieuwe oefeningen, maar blijf wel met andere dingen bezig. Speel met je hond, een bal aan een touw (controle!) of een zoekspelletje. Doe dat ook op het trainingsveld, maar forceer niets. Doe een aantal oefeningen die je hond leuk vindt en ook kan. Het is belangrijk om de lol erin te houden. Wanneer je hond weer wat stabieler wordt kun je de training weer oppakken. Niet verder gaan waar je gebleven was, nee, je zult even opnieuw moeten beginnen. Maar alles wat een hond in die eerste maanden geleerd heeft, vergeet hij niet. Je bent zo weer op het oude peil terug.”
Pubers kunnen zeer vermoeiend zijn; echter, deze periode gaat ook voorbij.
|